Terreur; waarom doen ze dat eigenlijk?

 

Tot voor kort leek terreur een verschijnsel waar niet naar gekeken mocht worden. Je moest het onmiddellijk veroordelen en bestrijden. Natuurlijk kan het leed groot zijn en moet het probleem worden opgelost. Juist daarom is nadere beschouwing gewenst. De reflex om onmiddellijk tot veroordeling over te gaan komt voort uit een ingebakken gewoonte om de wereld in te delen in goed en kwaad. Wij zijn goed en zij zijn slecht en dienen ‘bestreden’ te worden. Oftewel gehechtheid aan één aspect en (fanatieke) weerstand ten opzichte van een ander aspect.

 

Dit is natuurlijk kortzichtig (je kijkt alleen maar naar het gebied van je (veronderstelde) zelf). Dus laten wij ons zicht uitbreiden en ver-zichtig worden. Dan kunnen we ons verdiepen in het denken van de terreur-aanhanger. Welke gedachten hebben de terreur-aanhangers en hoe rechtvaardigen zijn hun acties? Dit heeft enkele voordelen.

 

Ten eerste kunnen we ontdekken hoe een proces van radikalisering zich voltrekt. Wat zijn de bepalers van radikalisering? Hoe kan het dat iemand bepaalde waarden enorm groot maakt en andere verwaarloost? En kan dit proces van radikalisering worden beinvloed en zo ja hoe? Dat lijken me interessante vragen! Psychologen onder ons, onderzoekt dit!

 

Ten tweede leren we iets over ons zelf. We zijn natuurlijk zeer overtuigd van onze waarden en inzichten, zodanig zelfs, dat we er niet aan twijfelen. De benadering van een ander kan onze eigen waarden in een nieuw daglicht stellen.

 

Het ‘grappige’ is eigenlijk dat –indien we terreur bestrijden- we eigenlijk het zelfde doen als de veronderstelde terreur-aanhangers. Immers, net zoals zij overtuigd zijn van hun geloof, zijn wij overtuigd van ons geloof. Dat wij nou toevallig een (soort van) democratische staat hebben en zij misschien niet, doet daar niets aan af. Dat wij geloven in onze vrijheidse beginselen doet daar ook niets aan af.

 

Want zodra je vrijheid gaat opdringen is het geen vrijheid meer! Vandaar dat het ‘verspreiden van vrijheid’ al gauw een zelf-strijdigheid is. Als we vrijheid vertalen met ‘ruimte geven’ danwel ‘niet-opdringen’ dan blijkt je dus bezig om ‘niet-opdringendheid’ op te dringen.

 

Het is mijns inziens van belang om te beseffen dat ieder organisme (dier, mens of groep van mensen) zijn eigen ontwikkelingse gang en snelheid heeft. Soms is een zeker lijden noodzakelijk zodat het organisme tot bewustzijn komt van zijn eigen gedrag. Het opleggen van structuren die niet passen bij het organisme duidt op hooghartigheid en gebrek aan inzicht. Dit kan zelfs de ontwikkeling vertragen. Het is de vraag of het uberhaupt mogelijk is om het bewustwordingsproces te versnellen. Dat zou dan hooguit kunnen gebeuren door het onderzoeken van elkaars aannames en veronderstellingen.

 

Daarom geloof ik in meercultuurlijkheid. Dat wil zeggen dat ieder organisme zijn eigen gang mag volgen. Indien een organisme echter andere organismen beschadigt zonder dat deze anderen hem beschadigen, dan is het gerechtvaardigd om (desnoods gewelddadige) actie te ondernemen. Beschadigen betekent dan het de leefwijze verstoren danwel het levensonderhoud onmogelijk maken. Eventuele actie is dan niet bedoeld om de geweldpleger te vernietigen maar alleen om hem in te kapselen zodat hij zijn eigen ontwikkelingsgang kan voortzetten zonder anderen te bedreigen. Maar de bijzin ‘zonder dat de anderen hem beschadigen’ is dus wel wezenlijk, want als anderen hem wel beschadigen in zijn leefwijze dan zijn zij dus gewelddadig en de feitelijke terreur-makers!

 

Zo kan het stelselmatig verstoren en belemmeren van een minderheidse volkscultuur door een staat (we zullen geen namen noemen), worden gezien als statelijke terreur-making.

 

Vrijheidsaanhang is dus mooi maar het werkt wel twee kanten op.