Voorzetsel-omkering
De omkering van het werkwoord en voorzetsel, ook wel het samensmeden van die twee is al gebruikelijk voor de onbepaalde wijs. Inhalen, uitzetten, opzoeken enz. Echter in de meeste andere werkwoordsvormen is deze omkering niet gebruikelijk.
Ik stel voor, Piet raad aan, Femke gooit op. Mijn voorstel is om dit mogelijk (doch niet verplicht) te maken. Men krijgt dan: ik voorstel, Piet aanraad, Femke opgooit.
Het voordeel van deze opbouw is dat de functielijke eenheden in de zin gescheiden zijn in plaats van verweven.
Het gas zet sterk uit > het gas uitzet sterk
De behoefte aan ongebroken werkwoorden is zelfs zo sterk dat men vaak weer teruggrijpt op het romaans om een ongebroken gelijkduider te vinden. Bijv.
Het gas expandeert sterk.
Dit is dus ook een belangrijk inheemse afleidingsmogelijkheid, ter voorkoming van onnodige lenerij.
Voorheen heb ik het voorvoegsel ‘be-‘ aangeraden om een ongebroken werkwoord te vormen (ik be-voorstel) maar dit wordt eigenlijk te lang en het stoort het voorwerpelijk gebruik van ‘be-‘, Uiteindelijk is het gewoon niet nodig als voorzetsel-omkering is toegestaan.
Andere voorbeelden:
|
Gewone opbouw |
Ver-romaansing |
Her-inheemsing
(middels voorzetsel-omkering) |
|
Hij zet zijn werk voort |
Hij continueert zijn werk |
Hij voortzet zijn werk |
|
Zij gelast de vakantie af |
Zij annuleert de vakantie |
Zij afgelast de vakantie |
|
Jij aapt graag na |
Jij imiteert graag |
Jij na-aapt graag |
|
Sandra neemt deel aan het gesprek |
Sandra participeert in het gesprek |
Sandra deelneemt in het gesprek (eigenlijk geen voorzetsel maar gelijksoortige situatie) |
|
|
|
|