Spraakleerse hoofdlijnen

 

Een onderscheid kan worden gemaakt naar klassieke woordelijke functiewijziging zoals vervoeging en verbuiging enerzijds, en woordafleiding anderzijds.

1         Klassieke herfunctielijking; vervoeging en verbuiging.

Vervoeging betreft de verschillende functies, met name tijden, die een werkwoord kan aannemen. Bijvoorbeeld: ik loop, jij loopt, wij liepen, zij zullen lopen enz.

 

Verbuiging betreft de verschillende functies die een naamwoord (evt. plus bijvoeging) kan aannemen in een zin. Bijvoorbeeld onderwerp, lijdend of meerwerkend voorwerp. De man (o) geeft het boek (lv) aan de vrouw(mv). Terwijl in oud-nederlands deze functies werden aangeduid middels verbuiging van het woord, gebeurt dit tegenwoordig doorgaans door de plaats in de zin of bijzondere functie-woorden (hierboven ‘aan’).

 

2         Woordafleiding of woordvorming

2.1      Soorten

Woordafleiding is ook een soort van functiewijziging, maar dan met name toegespitst op een woord ipv een functie in de zin.

 

Men kan hierin onderscheid maken tussen zelfstandige woorden (wortelwoorden) of bijvoegsels. Woordvorming kan vervolgens gebeuren door een samenstelling van wortelwoorden (rechts-staat), danwel door een wortelwoord plus bijvoegsels (binnen-land-s). Ook een combinatie van beide is mogelijk (rechtsstatelijk).

 

Een bijvoegsel kan zijn een voorvoegsel of een achtervoegsel. Voorvoegsels komen meestal voort uit actieve voorzetsels (in, op, uit, onder) of herbetekende voorzetsels (be-, ver-). Achtervoegsels zijn ook meestal herbetekend, dat wil zeggen hebben geen zelfstandig functie meer (-lijk, -ig, -s).

2.2      Leenwoorden

 

Zowel wortelwoord als bijvoegsels kunnen volledig inheems danwel volledig uitheems (zeg maar: anderstalig) zijn. Als een bestaande afleiding zowel inheemse als uitheemse onderdelen bevat dan is er sprake van een gemengde of meerbronnige afleiding.

 

De omgang met gemengde afleidingen wordt behandeld in de Voorkeurstabel gemengde afleidingen.

 

2.3      Inheemse nieuwvorming

 

Inheemse nieuwvorming of verinheemsing kan gebeuren op verschillende manieren. Voorkeurlijkerwijs zijn nabouw en nieuwschepping allebei even goed, het hangt af van de situatie wat het handigst is. Belangrijk is wel dat de nieuwvorming het mogelijk maakt om weer eventuele afleidingen van te maken zonder dat je opnieuw je heil moet zoeken in uitheemse afleidingen. Herschrijving alleen toepassen als het de enige mogelijkheid lijkt. Hieronder een toelichting met voorbeelden: