Heerst het volk (wij dus) wel genoeg? (2 van 2)

 

Tweede artikel omtrent democratie

Bezwaren tegen de huidige volksheerschappelijke inrichting en

een alternatief model voor rechtstreekse medezeggenschap

 

In dit artikel wil ik een alternatief bieden voor het de inrichting van de volksheerschappij in Nederland. Dat doe ik omdat ik meen dat de huidige inrichting onvoldoende democratisch is, althans op de wijze zoals ik die definieer. Ik wil uitgaan van de volgende definitie van democratie: democratie of volksheerschappij is een stelsel waarbij alle mensen regelmatige zeggenschap (oftewel macht) hebben over hun leefwijze en hun nabije leefgebied.

 

Met de bijvoeging 'regelmatige' geef ik al een hint dat dit nu niet zo is. Immers, wij mogen slechts 1 keer in de vier jaar iets doen, waarbij we eigenlijk nog niets mogen zeggen, maar alleen een kruisje mogen invullen. Dat kruisje staat dan natuurlijk wel voor groot geheel aan meningen, wetsvoorstellen, beleidsvoorstellen, partijen en kandidaten. Maar toch...onze zeggenschap is teruggebracht tot een kruisje. Dat is het. Een kruisje per vier jaar. Ik heb dienaangaande wel eens ergens de uitspraak gelezen: 'en nu weer 4 jaar je bek houden!'. Dat klinkt nogal wrokkig maar daar komt het wel een beetje op neer.

 

Een tweede bezwaar is de afwezigheid van een bestuurslaag die vlak bij de mensen ligt. Als je in een grotere stad woont is de eerste bestuurslaag op het nivo van bijvoorbeeld 100.000 inwoners, zegge en schrijve honderduizend. De afstand tot de burger is dan al enorm en de burger heeft nauwelijks het gevoel van zeggenschap. Een herschikking van bestuurslagen lijkt dus zinvol.

 

Het derde grote bezwaar is de overmatige centralisering van bevoegdheden. Als alle bevoegdheden worden gecentraliseerd dan wordt de macht van de lagere overheden uitgehold. En juist die staan het dichtst bij de mensen

 

Enkele kleinere bezwaren zijn de volgende. Het eerste kleine bezwaar kan worden benoemd als gebiedelijke ondervertegenwoordiging op landelijk nivo; dat wil zeggen dat in de tweede kamer onvoldoende mensen uit de provincie aanwezig zijn. Het tweede kleine bezwaar is de te grote macht die de ambtenarij momenteel heeft. Een laatste bezwaar is kiezerlijk informatie-tekort bij de keuze van kandidaten.

 

Om de bovenstaande bezwaren van het huidige stelsel op te lossen wil ik de volgende aanpassingen voorstellen.

 

De beleidsvormende raad; een andere inrichting van de bestuurslagen

Ik wil dus een andere wijze voorstellen om een rechtstreekse en regelmatige zeggenschap te waarborgen. Hierbij ga ik allereerst uit van het gemeentelijk nivo, maar het geldt ook voor rijksnivo. Momenteel hebben we dus een stelsel waarbij we raadsleden kunnen kiezen 1 keer per vier jaar. In de raad wordt vervolgens een coalitie gevormd van waaruit een bestuurlijk college wordt gekozen. In mijn benadering wordt het college afgeschaft in de huidige vorm, en moet de raad zelf het beleid bepalen. Dat doet de raad op de volgende wijze. De raad gaat uit van voorliggende problematiek en formuleert gezamenlijk een aantal beleidsscenario's; zij kan daarbij uiteraard gebruik maken van de ambtenarij. De formulering van scenario's gebeurt op eenkijkige wijze (consensueel), dat wil zeggen de raad praat net zo lang door tot men een aantal aanvaardbare scenario's heeft ontwikkeld. Vervolgens legt men deze scenario's voor aan de burgers die er een uit mogen kiezen. Deze scenario-verkiezingen vinden plaats bijvoorbeeld 1 keer per kwartaal. Op die wijze heeft het volk 4 jaar x 4 kwartalen = 16 keer de mogelijkheid om een keuze te maken in de plaats van 1 keer. Bovendien kan men echt kiezen uit beleidsscenario's tegenover slechts kiezen voor personen. Het feit dat de scenario's worden opgesteld door de gehele raad waarborgt (in zekere mate) dat er ook  voldoende 'scenario-diversiteit' bestaat; dwz dat er ook echt iets te kiezen valt. Het aantal scenario's per raadpleging moet wel minstens 5 stuks zijn, waarvan er 1 een 'niets-veranderen-scenario'  is. Op die wijze kan het volk behouden wat het goed acht.

 

Wat nu het college is wordt het top-beheer. Top-beheerders vervangen de wethouders en worden gekozen door het volk en zij mogen niet in de raad zitten. Zij vormen de bovenlaag van het ambtenarij. Zij  verwerkelijken en beheren de scenario's  die zijn gekozen door het volk. De top-beheerders zijn dus echte uitvoerders van beleid en niet de bedenkers van beleid; het zijn een soort projectmanagers of generaals die een missie moeten uitvoeren. In de driemachtenleer van Montesqieu wordt gesproken over de uitvoerende macht ten opzichte van de wetgevende macht. Echter er ontbreekt een beleidsmakende macht, en in de praktijk wordt die ondergebracht bij de uitvoerende macht. In mijn voorstel wordt de beleidsmakende macht ondergebracht bij de wetgevende macht, de raad of de tweede kamer.

 

Op dezelfde wijze kan op het landelijke de regering worden afgeschaft en omgezet in een beheerders-club, en kan de tweede kamer gezamenlijk beleidsscenario's formuleren en voorleggen aan de burgers. De frequentie van voorleggingen van 1 keer per kwartaal lijkt me daar ook goed, al valt daar over te twisten. Zowel op gemeentelijk als op rijks nivo kan het aantal raadsleden / kamerleden worden heroverwogen om een optimale werking te vermogelijken.

 

De rol van partijen wordt in mijn benadering teruggebracht; uiteraard kunnen kandidaten zich groeperen in een partij, maar men kan alleen stemmen op kandidaten, die niet gebonden hoeven te zijn aan een partij. De kieslijst vertoont dan ook een lijst van kandidaten, niet-gegroepeerd op een partij. Men moet wel aanvullende informatie aanbieden van de kandidaten; voor dit onderwerp wordt verwezen naar de paragraaf die hierover gaat.

 

Er zijn enkele voordelen ten opzichte van de huidige situatie. Het feit dat de raad gezamenlijk alternatieve scenario's opstelt kan voorkomen dat er een loopgraven-oorlog ontstaat, waarbij mensen zich vastbijten in bepaalde posities. Immers, raadsleden moeten ook scenario's doordenken waar ze niet de eerste voorkeur voor hebben, maar die eventueel wel gekozen  kunnen worden. Daarom is het in hun belang om die scenario's dan toch zo goed mogelijk te maken, waardoor ze gaan meedenken in de geest van iemand anders. Een tweede voordeel is dat het een 100 % democratie is en niet 51 % democratie. In de huidige 51 % democratie wordt dus vaak 49 % van raadsleden buiten beschouwing gelaten.

 

Een herschikking van bestuurlagen; buurtraad erbij en provincie eraf

Het tweede voornoemde bezwaar gaat over bestuurslagen. Mijns inziens is er een volksheerschappelijk tekort op gewone mensen nivo, de man uit de straat, omdat de onderste bestuurslaag pas op gemeentelijk nivo van toepassing is. Aangezien sommige gemeenten ettelijke honderdduizenden mensen omvatten staat dit op aanzienlijke afstand van de burger. Mijn oplossing is als volgt. Voeg een bestuurslaag toe op buurt-nivo, en schaf het provinciale nivo af. Breng sommige provinciale taken onder bij de gemeenten die eventueel iets kunnen worden opgeschaald tot stadsgewesten. Breng de overige taken onder bij het rijk. Op die manier worden drie bestuurlagen gehandhaafd (kosten), maar heeft de burger ook weer invloed op wat er in zijn buurt gebeurt. Voor de buurtelijke laag denk ik aan ongeveer 1000 mensen per buurtraad. In een stad van 100.000 mensen heb je dus 100 buurtraden. Ook deze raden functioneren weer op dezelfde wijze als bovenstaand. Maar wat precies de beste aantallen zijn discussieerbaar.

 

De buurtraden kunnen ook bijdragen aan iets wat aanzienlijkerwijs verloren is gegaan, te weten plaatselijke samenhorigheid. Met de opschaling van de vrijmarktelijke economie zijn buurtwinkels en plaatselijke bedrijven verdwenen en verhuizen mensen veel vaker om nabij een verre arbeidsplaats te wonen. Hierdoor is de vanzelfsprekende samenhorigheid en het sociale weefsel  aangetast; mensen in de buurt kennen elkaar niet meer van jongs af aan en voelen zich minder verbonden met hun woonplaats. Dit vind ik dan ook een ernstige bedreiging van de gemeenschappelijke cultuur en leefwijze. Mijn mening is dan ook dat er vervangende structuren moeten worden opgezet om de plaatselijke cultuur en samenhorigheid te herstellen. Buurtraden kunnen hieraan een belangrijke bijdrage leveren.

 

Naast de herschikking van de provincies kan  ook de eerste kamer worden afgeschaft. Het is een overblijfsel  uit het krijgsheerlijke tijdperk, toen edelen nog bijzondere voorrechten hadden. De controle-functie kan worden overgenomen door de ambtenarij of een nieuwe ambtelijke organisatie.

 

Vastlegging van decentrale bevoegdheden

De centralisering van bevoegdheden hangt deels samen met de opschaling van de economie; immers naarmate bedrijven groter worden moeten ook regulerende organen groter worden. In het proces echter hebben centrale overheden vaak meer macht naar zich toe getrokken dan eigenlijk nodig is. De bevoegdheden-verdeling moet opnieuw worden onderzocht en vervolgens vastgelegd zodat de macht niet meer kan worden afgenomen van plaatselijken.

 

Gebiedelijke vertegenwoordiging op landelijk nivo

Landelijkerwijs is het belangrijk dat de gewesten uit hele land voldoende worden vertegenwoordigd. Momenteel zijn gewesten niet evenredig vertegenwoordigd met kamerleden. Mijn voorstel is dan ook om dit wel te verplichten; dat betekent dat ieder gewest moet zijn vertegenwoordigd evenredigerwijs met het aantal inwoners per gewest. Dat betekent dat de kamerleden moeten wonen in het gewest op het moment van hun (eerste) verkiezing als kamerlid. Ondersteunende maatregelen moeten worden genomen om hun verhuizing, onderdak of gereis te vermogelijken.

 

Het inlijnen van de ambtenarij

De ambtenarij moeten de democratische beslissingen van de raad of kamer uitwerken. Het kan echter gebeuren dat zo’n beslissing strijdig is met de belangen van een of meer ambtenaren. Als ambtenaren vervolgens gaan dwarsliggen moet dat kunnen worden gecorrigeerd. Dit is nu vaak nog onmogelijk omdat de arbeidscontracten van de ambtenaren hen onaantastbaar maken (althans niet zonder afkoping met enorme gouden handdrukken).

Een oplossing kan zijn contract-verbuigzaming. Men kan de functie-beschrijving in het contract te verbuigzamen. Dwarsliggende ambtenaren kunnen dan worden herplaatst naar een minder wezenlijke functie.

 

Informatie-voorziening omtrent kandidaten

Hoewel bakken met geld worden besteed aan allerlei voorlichtingscampagnes  is de huidige info-aanbieding ten aanzien van kandidaten minimaal. Hoewel kandidaten worden geacht te staan voor hun partij, hetgeen wel info biedt ten aanzien van hun meningen, wordt er weinig stelselmatige info aangeboden van de afzonderlijke kandidaten. Deze info-voorziening moet beter en stelselmatig worden uitgevoerd. Op de kieslijst kan men kandidaten bijvoorbeeld hun 3 belangrijkste principes en hun 3 belangrijkste thema's laten opschrijven. Dergelijke lijsten moet op het internet beschikbaar worden gemaakt. Ook kan men kandidaten een standaard-vragenlijst laten invullen die op het internet wordt gepubliceerd, zodat mensen een beter geinformeerde keuze kunnen maken.

 

Afsluiting

Bovenstaand heb ik enige bezwaren genoemd tegen de huidige inrichting van de volksheerschappij, alsmede alternatieven genoemd om de genoemde bezwaren op te heffen. De alternatieven zijn weliswaar schetsmatig opgesteld, maar kunnen een nieuwe benadering zijn voor hervorming van de democratie.